Kokand
Het paleis van Choedajar Khan en de resten van een kanaat dat tot 1876 zelfstandig was.
Bestemming
De Fergana-vallei is het dichtstbevolkte stuk van Centraal-Azië en tegelijk het minst bezochte deel van de klassieke Oezbekistan-route. Je vindt er nauwelijks blauwe koepels of metershoge tegelportalen. Wat je er wél vindt, zijn werkplaatsen: zijdewevers die nog met de hand binden en verven, pottenbakkers die hun glazuur van asloog maken, en bazaars waar het handelsleven van de vallei samenkomt. Wie ambacht wil zien in plaats van fotograferen, plant hier twee tot drie dagen in.
De Fergana-vallei is een vruchtbare laagvlakte van zo'n 300 kilometer lang, omsloten door de uitlopers van de Tien Shan in het noorden en het Alai-gebergte in het zuiden. De Syr Darja stroomt er dwars doorheen en irrigatiekanalen maken van de vallei de moestuin en boomgaard van het land: katoen, meloenen, abrikozen, druiven, moerbei voor de zijderupsen. Op een oppervlakte die kleiner is dan Nederland wonen ruim tien miljoen mensen.
De vallei wordt gedeeld door drie landen. Het Oezbeekse deel is het grootst, maar de bergranden en enkele enclaves horen bij Kirgizië en Tadzjikistan. Die grenzen lopen grillig en zijn niet altijd allemaal open; blijf je in het Oezbeekse deel, dan merk je er niets van. Wil je doorreizen naar Osj in Kirgizië, informeer dan vooraf welke grensposten voor buitenlanders werken.
De grote verandering kwam in 2016 met de opening van de Kamchik-tunnel, een spoortunnel van ruim negentien kilometer onder de bergkam door. Sindsdien rijdt er een directe trein vanaf Tasjkent: reken op ongeveer vijf uur naar Margilan of Andizjan, met Kokand als eerste halte na circa vier uur. De trein is comfortabel, rijdt doorgaans dagelijks en is snel volgeboekt in het weekend. Boek daarom een paar dagen vooruit; zie de pagina over vervoer voor hoe dat werkt.
Over de weg gaat het via de Kamchik-pas op ruim 2.200 meter. Een gedeelde taxi doet er vier tot vijf uur over naar Kokand en de rit zelf is spectaculair, met serpentines en uitzicht over de bergketen. Het nadeel: in de winter kan de pas dicht of glad zijn, en bij drukte staan er files bij de controleposten. Vliegen kan ook — Fergana en Andizjan hebben allebei een klein vliegveld met verbindingen op Tasjkent — maar met een vlucht van veertig minuten win je nauwelijks tijd zodra je het inchecken meerekent.
De logische volgorde volgt de weg de vallei in. Kokand ligt het dichtst bij Tasjkent, Andizjan het verst.
| Dag | Plaats | Waarvoor |
|---|---|---|
| 1 | Kokand | Paleis van Choedajar Khan, Juma-moskee, necropolis. Halve dag genoeg. |
| 1–2 | Margilan en Fergana | Zijdefabriek, ateliers, Kumtepa-bazaar. Slapen in Fergana of Margilan. |
| 2 | Risjtan | Keramiekateliers, eventueel een workshop. Halve dag. |
| 3 | Andizjan | Babur-park en bazaar, voor wie de vallei helemaal wil uitrijden. |
Kokand, Margilan, Risjtan en Fergana liggen alle vier binnen een uur rijden van elkaar. Tussen de steden reis je het makkelijkst met gedeelde taxi's die vertrekken zodra ze vol zijn, of je huurt voor een dag een auto met chauffeur af. Andizjan ligt nog eens een uur verder naar het oosten en is de enige plaats die je zonder bezwaar kunt overslaan als je krap in de tijd zit.
Het paleis van Choedajar Khan en de resten van een kanaat dat tot 1876 zelfstandig was.
Zijdestad met de Yodgorlik-fabriek, waar ikat nog volledig met de hand wordt gemaakt.
Honderden pottenbakkers en het turquoise-blauwe aardewerk dat het hele land siert.
Geboortestad van Babur, de vorst die later het Mogolrijk in India stichtte.
Fergana-stad is de gemakkelijkste uitvalsbasis: het is de bestuurlijke hoofdstad van de provincie, groen aangelegd met brede lanen uit de Russische tijd, en er is een handvol middenklassehotels rond het centrale park. Vanaf hier ben je in twintig minuten in Margilan en in een klein uur in Risjtan. Wil je dichter bij het ambacht zitten, dan slaap je in Margilan zelf: daar zijn enkele guesthouses in traditionele woonhuizen, soms bij wevers thuis, waar het ontbijt uit de eigen tuin komt. Kokand heeft een paar eenvoudige hotels bij het station, prima voor één nacht.
Het aanbod is overal beperkter en soberder dan in Samarkand of Boechara. Reserveer in het hoogseizoen vooruit en verwacht geen boetiekhotels in koopmanshuizen.
De vallei is duidelijk conservatiever dan de rest van het land. Je ziet meer hoofddoeken, meer mannen in traditionele kleding en minder toeristen, wat betekent dat je opvalt. Dat is geen probleem — de gastvrijheid is er eerder groter dan elders — maar kleed je onopvallend: bedekte schouders, lange broek of rok tot over de knie, en voor vrouwen een sjaal in de tas voor moskeeën en mausolea. Vraag altijd toestemming voor je mensen fotografeert, zeker vrouwen en op de bazaar. Alcohol is minder zichtbaar aanwezig dan in Tasjkent. Meer daarover lees je bij veiligheid.
De vallei ligt lager dan Tasjkent en is in de zomer heet: juli en augustus lopen makkelijk richting de 40 graden. April tot juni en september tot half oktober zijn het aangenaamst, met bloeiende boomgaarden in het voorjaar en fruit en meloenen in het najaar. Kijk voor de details bij de beste reistijd.
In Margilan wordt in de zomermaanden een zijdefeest gehouden, met demonstraties van wevers en verfmeesters, een markt en optredens. De datum verschuift per jaar en wordt vaak pas kort van tevoren bekendgemaakt, dus informeer bij je accommodatie als je er speciaal voor komt.
De vallei past goed in een langere rondreis: in de route van 21 dagen staat hij als los blok aan het begin, voordat je westwaarts richting Samarkand reist. Vanuit de hoofdstad is het ook te doen als uitstapje, zie dagtrips vanuit Tasjkent.
De kaart wordt geladen… Werkt dit niet, bekijk dan het overzicht van alle bestemmingen.
Als je van ambacht houdt wel. Grote monumenten zijn er nauwelijks; zijdeweverijen, pottenbakkerijen en bazaars des te meer. Reken op twee tot drie dagen.
Met de trein door de Kamchik-tunnel: ongeveer vijf uur naar Margilan of Andizjan. Over de weg rijd je over de Kamchik-pas, sneller maar in de winter onbetrouwbaar.