Cultuur
Ulugh Beg, de astronoom op de troon
Timoer bouwde een rijk met het zwaard; zijn kleinzoon Ulugh Beg bouwde een sterrenwacht. Als bestuurder was hij middelmatig en als vorst mislukt, maar als astronoom leverde hij werk dat tot in Europa werd gebruikt. Zijn medresse staat op het Registan, zijn observatorium ligt aan de rand van Samarkand en zijn verhaal eindigt met een moord in de familie.
Kleinzoon van Timoer
Ulugh Beg werd in 1394 geboren als Muhammad Taragay, tijdens een veldtocht van zijn grootvader. Ulugh Beg is geen naam maar een titel: grote vorst. Hij groeide op aan het hof, reisde als kind mee met de legers en werd in 1409, vijftien jaar oud, gouverneur van Samarkand onder zijn vader Shahrukh, die vanuit Herat regeerde. Ruim veertig jaar bestuurde hij Transoxanië, met de wetenschap als zijn eigenlijke werk.
De medresse op het Registan
Zijn eerste grote project was de medresse aan de westzijde van het Registan, gebouwd tussen 1417 en 1420. Het was geen gewone theologische school: er werden wiskunde, astronomie en filosofie onderwezen, en Ulugh Beg gaf er naar verluidt zelf college. Het portaal draagt sterrenmotieven in plaats van de gebruikelijke plantenranken — een zichtbare programmaverklaring. Vergelijkbare medresses liet hij bouwen in Boechara en in Gijduvan.
Het observatorium
Rond 1424 tot 1429 verrees op een heuvel buiten de stad het observatorium dat zijn naam zou dragen. Het hoofdinstrument was een reusachtige meridiaanboog, deels uitgehouwen in de rots, met een straal van ruim veertig meter: hoe groter de boog, hoe fijner de schaalverdeling en hoe nauwkeuriger de meting van de stand van zon, maan en sterren. Daarnaast stonden er kleinere instrumenten voor hoekmetingen. Het gebouw eromheen was cilindrisch en telde vermoedelijk drie verdiepingen. Wat je vandaag bezoekt bij het observatorium van Ulugh Beg is het ondergrondse deel van die boog, plus een museum.
De Zij-i Sultani
Het resultaat verscheen in 1437 als de Zij-i Sultani, een sterrentafel met 1018 sterren. Het bijzondere is dat de posities opnieuw waren gemeten en niet, zoals gebruikelijk, overgenomen uit de catalogus van Ptolemaeus uit de tweede eeuw. De lengte van het sterrenjaar bepaalde hij op een waarde die er naar moderne maatstaven ongeveer een minuut naast zit, en zijn bepaling van de scheefstand van de aardas was voor die tijd uitzonderlijk nauwkeurig. In de zeventiende eeuw werd zijn catalogus in Oxford uitgegeven en door Europese astronomen gebruikt.
Hij deed dat niet alleen. Aan het observatorium werkten Jamshid al-Kashi, een rekenkundige die het getal pi tot zestien decimalen bepaalde, de wiskundige Qadi Zada al-Rumi, en Ali Qushji, die na de dood van zijn beschermheer naar Istanbul vertrok en het werk daar voortzette.
De troon en de moord
Politiek stond Ulugh Beg zwak. Hij was geen veldheer, de geestelijkheid wantrouwde zijn belangstelling voor astrologie en sterrenkunde, en zijn gezag over de legerleiding was gering. Toen zijn vader Shahrukh in 1447 stierf, greep hij de troon van het Timoeridische rijk, maar hij verloor binnen twee jaar het gevecht met zijn eigen zoon Abdal-Latif. In 1449 werd hij op weg naar Mekka onderweg onthoofd, in opdracht van die zoon. Abdal-Latif overleefde hem nog geen jaar.
Verval en herontdekking
Zonder beschermheer viel het observatorium stil en werd het afgebroken; het puin verdween onder de heuvel en de precieze locatie raakte vergeten. Pas in 1908 groef de Russische archeoloog Vasili Vjatkin de fundering op, geleid door een oude waqf-akte waarin de ligging van het perceel beschreven stond. Ulugh Beg zelf ligt begraven in Gur-Emir, aan de voeten van zijn grootvader. Toen die graven in 1941 werden geopend voor onderzoek, bevestigde het skelet dat hij was onthoofd; daarna werden de resten opnieuw begraven.
Waarom hij een nationale held is
In het huidige Oezbekistan is Ulugh Beg de tegenhanger van Timoer: waar de een staat voor macht, staat de ander voor kennis. Hij is de vaste illustratie bij het idee dat Centraal-Azië een wetenschappelijk centrum was toen Europa dat nog niet was, en je vindt hem terug op straatnamen, in schoolboeken en op een biljet. Voor een bezoeker is dat handig als sleutel: de sterrenmotieven op zijn medresse en de meridiaanboog aan de rand van de stad horen bij elkaar, en samen laten ze zien dat de vijftiende eeuw hier meer opleverde dan tegelwerk.
Combineer het observatorium met het naburige Afrosiab-museum: ze liggen op loopafstand van elkaar aan de noordkant van Samarkand. Alle achtergrondartikelen staan bij cultuur en geschiedenis.
Veelgestelde vragen
Hoe nauwkeurig was zijn sterrencatalogus?
1018 sterren, opnieuw gemeten in plaats van overgeschreven, met een sterrenjaar dat er ongeveer een minuut naast zit.
Wat is er van het observatorium over?
Het ondergrondse deel van de grote meridiaanboog, opgegraven in 1908, met een klein museum ernaast.